Oostendse oesters
Net zoals New York kan Oostende bogen op een roemrijk oesterverleden. Aan het eind van de 19de eeuw stond de Oostendse platte oester op de kaart van alle luxerestaurants van Europa en werd ze gegeten tot aan het hof van de Russische tsaren. Tijdens WOI kregen de oesterputten het al zwaar te verduren, maar het was de slechte waterkwaliteit die in de jaren ’70 de genadeslag gaf. Vijftien jaar geleden begon De Oesterput aan de Oostendse Spuikom, vlak bij de vuurtoren, de enige echte Oostendse oester of Ostendaise opnieuw te kweken en te affineren (op smaak brengen).
Het resultaat is een milde oester, minder zilt dan zijn Franse of Zeeuws-Vlaamse soortgenoten, zeg maar een oester voor iedereen. Al hebben de Fransen wel een leuke uitleg voor de naam bedacht: huître zou verwijzen naar de huit (acht) maanden met een ‘r’, waarin de oester eetbaar is. Nog meer anekdotes over deze parel van Oostende kom je aan de weet tijdens een bezoek aan De Oesterput of verblijf in De Oesterhoeve.
PROEFPLEK: De Oesterput en De Oesterhoeve in Oostende.


