Ken je klassiekers
Het klinkt vast en zeker bekend in de oren voor wie regelmatig naar Vlaanderen Vakantieland kijkt. “Ken je klassiekers” is een onderdeel in het programma. Op straat worden verscheidene mensen uit de menigte genomen . Aan hen wordt een vraag gesteld over een gebouw, monument,.. die een klassieker is. Oostende heeft ook heel wat locaties met een rijke geschiedenis die echte klassiekers zijn. Ken jij de klassiekers in Oostende? Wij geven jullie hieronder alvast een voorsmaakje:
Het Zeeliedenmonument
Het Zeeliedenmonument of ook wel “De Pisser” genoemd in de volksmond vind je op het Zeeheldenplein. In 1951 kreeg Willy Kreitz de opdracht dit herdenkingsmonument te maken. Het eert de vissers, matrozen, scheepsjongens en soldaten die hun leven lieten op zee. De zeeman bovenaan kijkt trots, uitdagend en met vertrouwen de toekomst tegemoet. De treurende zeeman beneden rouwt om het verlies van zijn makkers. Elk jaar wordt er hulde gebracht aan de talrijke Oostendse vissers die doorheen de eeuwen op zee zijn gebleven. Op deze plaats stond de eerste Oostendse vuurtoren (1771). Dit nationaal monument voor de Zeelieden werd in 2004 opgenomen in de lijst van beschermde sites in Oostende
De Mercator
Poolreiziger Adrien de Gerlache ontwierp deze driemaster die in Schotland gebouwd werd. De Mercator was een opleidingschip voor de officieren van de Belgische koopvaarderdij in de vaart van 1932 tot 1960. In 1936 haalde de Mercator het stoffelijk overschot van Pater Damiaan terug. Als varende ambassadeur zeilde de driemaster zich in de kijker op wereldtentoonstellingen en plechtigheden, nam deel aan tal van races en won de race Oslo - Oostende. In 1960 liep de Mercator de haven van Antwerpen binnen. In 1961 werd het ingericht als museumschip. Sinds 1964 is de Mercator een parel aan de kroon van Oostende.
De Amandine
De Amandine is een grote middenslagtreiler en is de laatste IJslandvaarder in de Oostendse geschiedenis. De Amandine bleek een zeer succesvol schip te zijn. In de zomer beviste ze de gronden rond Zuid-IJsland en in de winter het Kanaal en de Noordzee. Vanaf 1974 werd de Amandine een echte IJslander. Op 3 april 1995 liep de Amandine voor de laatste keer Oostende binnen. Zijn visserijcarrière was toen afgelopen.
Hiermee viel definitief het doek voor de Oostendse IJslandvisserij. Nu is de Amandine aan een tweede carrière begonnen, een carrière als interactief museum. U vindt de Amandine op de vernieuwde Visserskaai in het hart van Oostende.
Petrus & Pauluskerk
De Sint-Petrus- en -Pauluskerk (1907) is een Neogotische kerk, voltooid met prachtige glasramen. In de kapel achter het hoofdaltaar bevindt zich het praalgraf van de in Oostende overleden koningin Louise-Marie, de eerste koningin van België.
Achter de Sint-Petrus- en -Pauluskerk bevindt zich de Sint-Pieterstoren, ook wel Peperbusse in de volksmond genoemd. Het is een overblijfsel uit 1478 van de vroegere Sint-Pieterskerk die in de vorige eeuw afbrandde. Deze nieuwe kerk vervangt de Sint-Pieterskerk die afbrandde op 14 augustus 1896. Koning Leopold II had grootse plannen voor Oostende en wou de Sint-Pieterskerk laten afbreken en vervangen door deze nieuwe kerk in neogotische stijl. Maar de Koning kreeg veel verzet toen hij de kerk wou laten afbreken. De Sint-Petrus- en –Pauluskerk werd gebouwd tussen 1899 en 1905 in een neogotische stijl naar de plannen van de Brugse architect Louis Delacenserie Binnen vindt u een verzameling documenten en andere voorwerpen.
Monument "De Zee"
De Leopold II-laan buigt in een sierlijke bocht omheen het bekendste vrouwenbeeld van Oostende : De Zee. Liggend Naakt is een andere naam voor deze dame, maar in de volksmond wordt ze steevast “Dikke Mathille” genoemd. Beeldhouwer Georges Grard had in zijn oeuvre een voorkeur voor het vrouwelijk naakt. Hij beklemtoonde het volume van de volle, ronde vormen. In De Zee verbeeldde hij de weelderigheid en sensualiteit van de zee in een vrouwen-figuur.
Wellingtonrenbaan
De Wellingtonrenbaan is een hippodroom die werd aangelegd in 1883. Het is een ander aspect van het Koninklijke Oostende, de renbaan is genoemd naar de Hertog van Wellington. De renbaan werd aangelegd in het jaar 1883 en kreeg in haar lange geschiedenis het bezoek van heel wat internationale gasten, vooral onder het bewind van Leopold II, die ook zelf vaak op de paardenrennen te zien was.
U bemerkt een kroontje op het ronde aparte paviljoen waar de Koninklijke aanwezigen de wedstrijden volgden. In 1899 werd er eveneens een duivenschieting opgericht. Regelmatig vonden op het terrein grote evenementen plaats, zoals bijvoorbeeld het concert van Michael Jackson in 1997.Vanaf 2004 heeft de Wellington Golf haar intrek genomen op het domein van de Wellington Renbaan. U kunt onder andere ook lessen volgen op de grote driving range (25.000 m²).
Venitiaanse en Koninklijke gaanderijen
Koning Leopold II belastte twee jaar na zijn troonsbestijging in 1865 de Parijse ingenieur Adolphe Alphand met de studie voor de inplanting van een nieuw koninklijk paleis in Oostende. De beslissing om de stadsomwallingen te slopen en de Stad in westelijke richting uit te breiden hebben de locatie van dit nieuwe paleis sterk beïnvloed. De Koning wenste immers niet alleen een uitzicht te hebben over de Noordzee en de duinen, maar tevens over het nieuw te bouwen Kursaal van architect Naert, dat later verbouwd werd door architect Chambon.
In Mariakerke, juist over de gemeentegrens met Oostende, bezat de vorst een stuk grond dat toeliet er niet alleen een koninklijk châlet op te richten, maar tevens een tuin ontworpen door E. Lainé en een galerij getekend door Henri Maquet. In 1899 zou Mariakerke bij Oostende worden ingelijfd. Diezelfde galerij is nu gekend onder de naam ‘Venetiaanse Gaanderijen’, verwijzend naar de classicistische architectuur van Venetië. Het is een eigendom van de Koninklijke Schenking die het in gebruik gaf aan de Stad Oostende en er meteen ook een culturele bestemming aan koppelde. Organisatoren kozen voor de unieke locatie van de gaanderijen om er diverse tentoonstellingen, theaterproducties en kunstmanifestaties te organiseren.
Vanaf 1994 organiseert de stedelijke Cultuurdienst er jaarlijks grote tentoonstellingen
De Koninklijke Gaanderijen werden in 1905 voltooid. Ze zijn ongeveer 400m lang en dienden om de gegoede burgers tijdens hun wandeling tegen zon en regen te beschermen. Ze verbonden het koninklijk chalet met de Wellingtonrenbaan. Tegen de Gaanderijen werd begin de jaren dertig het Thermenpaleis gebouwd. Vandaag is het een 4-sterrenhotel dat nog steeds Belle Epoque-sfeer ademt.
Fort Napoleon
Aan het eind van de 18de eeuw annexeert Frankrijk onze gewesten. Napoleon vreest een aanval vanuit Engeland op de haven van Oostende en laat daarom in 1811 een imposant fort in de duinen optrekken. Tot een Britse aanval komt het echter nooit: het fort doet enkel dienst als wapenopslagplaats en als verblijfplaats van het Franse leger.Na de val van Napoleon in 1814 valt het ten prooi aan diefstal en vandalisme. In de beide wereldoorlogen krijgt het fort opnieuw een bestemming als artilleriekwartier van het Duitse leger.
Een tijd lang doet het dienst als museum en later als kinderspeelplein. Daarna raakt het monument in verval... Sinds 1995 wordt het fort beheerd door Erfgoed Vlaanderen, die het na een 5 jaar durende restauratie vanaf april 2000 openstelt voor het publiek.
Laat je meevoeren doorheen twee eeuwen geschiedenis...
Onze-Lieve-Vrouw-Ter-Duinenkerk
Ook wel eens genoemd als de James Ensor Kerk. De Onze-Lieve-Vrouw-ter-Duinenkerk is een kerk aan de rand van Mariakerke. Het typisch kerkje, in de volksmond het Duinenkerkje genoemd, ligt in een beschermd duin- en polderlandschap.Het Duinenkerkje werd tussen 1350 en 1400 gebouwd. Na tal van vernielingen en restauraties werd het later in 1946 beschermd. Hier ligt ook James Ensor begraven, bij zijn geliefde kerk. Op het kleine kerkhof liggen hier drie Oostendse burgemeesters begraven, nl: Arnold Hoys, J.B. Lanszweert en Henri Serruys. Daarnaast ligt ook de bekende Oostendse schilder baron, James Ensor hier om zijn wens begraven.
Naast de kerk staat nog een klein vissershuisje, dit is het enige witte vissershuisje die nog te bezichtigen is. Hier woonde tevens de Oostendse kunstschilder Maurice Boel.
Vistrap
De pittoreske vismarkt, waar vissers hun dagverse vis verkopen, heet in de volksmond de Vistrap. Tot voor de renovatie in 1989 leidde een trap rechtstreeks naar de aanmerende vissersboten. Het trapje is nu verdwenen, maar de naam bleef wel bestaan. Vis was altijd al levensbelangrijk voor Oostende. Op de Groentemarkt, op het Mijnplein en aan het begin van de Visserskaai (in 1877 werd daar een cirkelvormige vismijn gebouwd die de naam “de Cirk” kreeg) werd ooit vis verkocht.
Tot in de jaren 1950 bevond de vismarkt zich tussen de Kadzandstraat en de Bonenstraat. In het midden van het huidige pleintje stonden een huizenrij en de vismarkt : een overdekte markt met stenen tafels. In 1955 werd het huizenblok gesloopt waardoor een pleintje ontstond. De Vistrap is dagelijks geopend, behalve op Kerstdag, Nieuwjaar en wanneer er storm op zee is geweest. Reeds ’s morgens vroeg vindt u hier de meest verse Noordzeevis en de Oostendse grijze garnalen.
James Ensorhuis
Het Ensorhuis is het voormalige woonhuis van de Oostendse avant-gardeschilder James Ensor (1860-1949). In 1917 verhuisde James Ensor naar dit huis dat hij had geërfd van zijn oom die er een schelpen- en souvenirwinkel hield. Hij bracht er zijn lange levensherfst door. Na zijn dood ijverden de ‘Vrienden van James Ensor’ voor het behoud van het huis als museum. In 1956 werd het Ensorhuis aan de stad Oostende overgedragen, maar het verkommerde en werd zelfs voor het publiek gesloten. Even was er sprake van slopen, maar het tij keerde in 1973: het pand werd gerestaureerd en het museum heropend.
Ensor is heel bekend voor zijn etsen, waarin hij de spot wou drijven met de bourgeoisie. In zijn werken zijn vaak maskers te zien. In het vroege oeuvre van James Ensor was er nog geen sprake van maskers. Maar naarmate hij zich genegeerd of afgewezen voelde door de kunstwereld kwam hij meer in het verzet. Zo ontstond er een conflictsituatie tussen hem en de maatschappij. Dit uitte zich in de etsen en werken van Ensor. Hij gebruikte maskers, skeletten, de dood, carnaval en travestieten om de maatschappij voor schut te doen staan.
Mu.ZEE
In 1947 werd het PMMK ontworpen door de Belgische architect Gaston Eysselinck. Het gebouw was oorspronkelijk een warenhuis tot in de jaren 80. In 1986 werd het heropend als een museum voor moderne kunst. Het museum staat in het centum van Oostende, vlak bij het Leopoldpark. In 2009 besloot met om het Museum voor schone Kunsten en het PMMK samen te smelten. Tegenwoordig draagt het museum de naam “Kunstmuseum aan Zee” of afgekort Mu.ZEE. Het museum beschikt over een van de grootste verzamelingen moderne Belgische kunst.
In de permanente expositie zijn nu onder andere werken van Pierre Alechinsky, Guy van Bossche, Amedee Coutier, Jan Fabre, René Magritte, George Minne, Panamarenko, Constant Permeke, Emil Salkin, Jef Verheyen, James Ensor en Leon Spilliaert. Het Ensorhuis roept op suggestieve wijze de leefwereld van James Ensor op. U maakt er kennis met de schelpen- en souvenirwinkel, een documentatiekamer en het salon-atelier.


Enkele reacties
Danielle Raets reageerde op dinsdag, 22 maart 2011
Super interessant zeker de moeite waard om dit met je familie te ondekken